Lucas 18,9-14
- Vierdag: 26-10-2025, 6e van de herfst
- Boek: Lucas
- Perikoop: Lucas 18,9-14
- Vertaler: Roelof Langman
Inleiding
Deze perikoop volgt direct op Lucas 18,1-8, die vorige week op het leesrooster stond. Daar ging het om het bidden als volharding in het geloof dat recht zal geschieden, zoals de weduwe volhardde in haar lastig vallen van de onrechtvaardige rechter. Ook deze perikoop gaat over bidden. Maar nu is de vraag: hoe bid je? Hoe spreek je God, de rechtvaardige rechter, aan?
Vertaling
18, 9
Maar hij vertelde ook tegen enkelen
die dachten dat zij zelf rechtvaardig waren1 en die de anderen verachtten,
deze gelijkenis:
10
Er waren twee mensen die naar de tempel kwamen om te bidden,
de ene was een Farizeeër,
de ander een tollenaar.
11
Staande bad de Farizeeër bij zichzelf2:
God, ik dank u dat ik niet ben zoals de andere mensen,
dieven, goddelozen, overspeligen,
of ook zoals die daar, de tollenaar.
13
Noten
- Ik lees “peithoo” hier met de negatieve bijklank waarop Liddell & Scott duidt: je bent weliswaar overtuigd, maar dat slaat nergens op.↩︎
- Met ‘pros’ voor ‘heauton’ neemt Lucas het ‘pros’ van vers 9 weer op, schrijft Harry Pals. In vers 9 vertelt Jezus “tegen” (of: tot) de mensen die zichzelf rechtvaardig achten; de Farizeeër bidt dan tegen zichzelf, met andere woorden, vooral voor de eigen oren. En de tollenaar?↩︎
- Harry Pals vertaalt: “sabbatsperiode” en merkt op dat het woord “sabbat” uit de tekst in geen enkele vertaling terugkomt. Met “sabbatsperiode” wordt waarschijnlijk een week bedoeld, de periode van sabbat tot sabbat.↩︎
- Franc de Ronde merkt hierbij op, dat de Farizeeër die tienden afdraagt aan de tempel, en daarmee het goede recht heeft verworven om daar te staan.↩︎
- Franc de Ronde: “Het ‘van verre staan’ is een terugkerend thema in dit gedeelte van Lucas. Van de vader wordt in Lucas 15,20 gezegd dat hij zijn verloren zoon van verre ziet en ook van de 10 melaatsen lezen wij dat ze van verre blijven staan (Lucas 17,22)”↩︎
- ἱλάσθητί μοι: Volgens Liddell & Scott een heel gebruikelijke manier van zeggen, dus geen mooisprekerij.↩︎
- Denk hier ook aan God als rechtvaardige rechter, uit het begin van dit hoofdstuk. De pointe was daar: houdt vertrouwen, blijf bidden om gerechtigheid! Hier is de vraag: hoe bid je dan? Hier worden degenen in de gemeente die voor hun eigen oren bidden, onderscheiden van wie in hun gebed werkelijk een beroep doen op God — zoals de weduwe op de onrechtvaardige rechter in het begin van dit hoofdstuk.↩︎
- “De vertaling van para is bijna niet te doen”, schrijft Harry Pals. Het beeld dat de tekst oproept, lijkt mij dat de twee mannen, die op grote afstand van elkaar hebben staan bidden, elkaar daarna passeren als ze naar huis gaan. Hun wegen lopen even parallel, maar de een keert gerechtvaardigd terug naar huis.↩︎
- Ik denk (eigenlijk: ik hoop) dat dit wordt bedoeld. Vernederen is weer iets anders, en jezelf vernederen al helemaal.↩︎