Matteüs 9,9-13
- Vierdag: 7-6-2026, 1e na Trinitatis
- Boek: Matteüs
- Perikoop: Matteüs 9,9-13
- Vertaler: Klaas Holwerda
Vertaling
9
Toen Jezus vandaar voorbij trok,
zag hij iemand bij het tolhuis zitten,
Matteüs geheten.
Hij zegt tot hem:
Volg mij.
Opgestaan
volgde hij hem.
10
Het gebeurde
toen hij aanlag in het huis:
kijk,
veel tollenaars en overtreders waren gekomen
en lagen met Jezus en zijn leerlingen aan.
11
Toen de Farizeeën het zagen,
zeiden ze tot de leerlingen:
Waarom eet jullie leermeester
met tollenaars en overtreders?
12
Toen hij het hoorde,
zei hij:
Wie sterk zijn hebben geen dokter nodig,
maar wie er slecht aan toe zijn.
13
Begeef je op weg
en leer wat het is:
Barmhartigheid wil ik en geen offer.
Want ik kwam geen rechtvaardigen roepen,
maar overtreders.
Exegetische kanttekeningen
- Substantiële vertaaltechnische kwesties levert de korte perikoop niet op. Synoptische vergelijking (met Marcus 2,13-17 en Lucas 5,27-32) helpt bij het vatstellen van de eigen matteaanse toets van het verhaalde.
- De perikoop is driedelig geleed (zie de weergave in Nestle-Aland): de roeping van Matteüs (9,9), de vraag van de Farizeeën aan de leerlingen (9,10-11) en de reactie van Jezus daarop (9,12-13).
- Opvallend is de summiere verteltrant. Vers 9 vertoont hetzelfde ‘ritme van woord en handeling’ (Schuman) als eerder het voorafgaande hoofdstuk (8,3.8.13.26).
- Opvallend is ook de literaire identificatie van de geroepen tollenaar (bij Marcus en Lucas Levi geheten) met de apostel Matteüs en de auteur van het evangelie (9,9 – vergelijk de appositie bij zijn naam in 10,3).
- Opvallend is tenslotte de invoeging van het citaat uit Hosea 6,6 in vers 13; het keert bovendien in 12,7 terug (bij het aren plukken op sabbat) en staat in relatie tot het matteaanse thema ‘lernen’ (thora leren, cf.4,23; 5,2; 7,20; 9,35; 28,19). Een offer mag niet fungeren als aflaat, maar staat symbool voor het aangaan van gedrag in lijn met de thora (cf. Psalm 40,7-9). Een oefening in inclusief denken in plaats van morele zelfverheffing.
- De verkondiging van het evangelie (4,23 en 9,35) omvat leren (capita 5-7) en genezen (capita 8-9). Ook in roeping en opvolging van roeping (9,9) blijkt een therapeutisch element besloten te liggen.