Matteüs 5,13-16
- Vierdag: 8-2-2026, 5e na Epifanie
- Boek: Matteüs
- Perikoop: Matteüs 5,13-16
- Vertaler: Hettie Oudelaar
Inleiding
Na de zaligsprekingen spreekt Jezus zijn volgelingen persoonlijk aan met de volgende woorden:
Vertaling
13
“Jullie zijn het zout van de aarde;
als nu het zout smakeloos wordt,
waarmee zal het zout gemaakt worden?
Het deugt tot niets,
het wordt naar buiten geworpen en vertrapt door mensen.
14
Jullie zijn het licht van de wereld.
Een stad die bovenop een berg ligt
kan niet verborgen blijven;
15
en men steekt niet een lamp aan
en plaatst die onder de korenmaat
maar op de kandelaar,
en zij schijnt voor allen in het huis.
16
Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen,
opdat zij jullie goede werken zien
en jullie vader in de hemelen verheerlijken.”