Matteüs 2,1-12
- Vierdag: 4-1-2026, Epifanie
- Boek: Matteüs
- Perikoop: Matteüs 2,1-12
- Vertaler: Willemien Roobol
Vertaling
1
Toen nu Jezus geboren was in Bethlehem in Judea
in de dagen van Herodes, de koning,
zie, wijzen uit het oosten kwamen naar Jeruzalem.
2
Ze zeiden:’waar is de koning der Joden, die geboren is?
Wij hebben namelijk zijn ster gezien in het oosten
en wij zijn gekomen om hem te aanbidden.’
3
Toen de koning, Herodes, dit hoorde,
raakte hij in verwarring en heel Jeruzalem met hem.
4
Hij vergaderde alle overpriesters en schriftgeleerden van het volk
en wilde van hen vernemen,
waar de Gezalfde (Messias) geboren zou worden.
5
Zij nu zeiden tot hem:
‘in Bethlehem in Judea, want zo is het geschreven door de profeet:
6
En jij, Bethlehem, land van Juda
geenszins ben jij de minste onder de leidslieden van Juda
want uit jou zal een leidsman/leider uitgaan
die mijn volk Israel zal weiden’ (Micha 5, 1 en 3)
7
Toen heeft Herodes in het geheim de wijzen geroepen
en kwam nauwkeurig van hen de tijd te weten, dat de ster verschenen was.
8
En nadat hij hen naar Bethlehem had gezonden, zei hij:
‘Ga heen en doe nauwkeurig navraag omtrent dat kind
en zodra jullie het gevonden hebben,
bericht het mij
opdat ik ook kom om hem te aanbidden.’
9
Nadat ze de koning gehoord hadden, gingen ze heen
en zie: de ster, die zij in het oosten gezien hadden, ging voor hen uit
totdat hij kwam en bleef staan boven waar het kind was.
10
Toen ze de ster zagen,
verheugden ze zich met zeer grote vreugde.
11
Toen ze naar het huis kwamen, zagen ze het kind met Maria, zijn moeder
en ze vielen neer en aanbaden hem
en ze openden hun schatten
en brachten hem geschenken: goud, wierook en mirre.
12
En gewaarschuwd in een droom om niet terug te keren naar Herodes
weken ze uit langs een andere weg naar hun land.