Matteüs 18,21-35

Inleiding

De parabel van wat doorgaans ‘de onbarmhartige slaaf’ wordt genoemd, lijkt een illustratie bij de voortgaande perikoop over barmhartigheid en gerechtigheid. Het is met name een illustratie bij vers 21 en 22. Is er een grens aan vergeving?1 Als voormalig gevangenisaalmoezenier komt bij mij de vraag boven of de gevangenis hoe dan ook mogelijkheden biedt om een schuld af te lossen. Hoe gaan we dus niet alleen als individu om met schuld maar ook als maatschappij? Maar al te vaak vinden we zelf dat we vergeving verdienen maar zijn trager om zelf te vergeven. Om nog maar te zwijgen over de schulden die lage inkomenslanden hebben ten aanzien van hoge inkomens landen. Een luisterlied zou kunnen zijn: Je pardonne van de zangeres Zaz. https://www.youtube.com/watch?v=-AU24dlZWBc

Vertaling

18,21
Daarop kwam Petrus naderbij en zei tot hem
Heer, hoe vaak zal mijn naaste zich tegen mij misdragen en zal ik hem kwijtschelden2:
tot zeven keer? 3
22
Jezus zei tot hem
“niet tot 7 keer maar tot 70×7 keer zeg ik je.”4
23
Daarom lijkt het koninkrijk der hemelen op een menselijke koning die een leenafspraak wil vereffenen met zijn slaven5.
24
Toen hij begonnen was met de vereffening werd hem er één gebracht die tienduizend talenten schuldig6 was.7
25
Omdat hij niets had om te betalen, beval de heer dat hij en zijn vrouw en zijn kinderen en al wat hij had, moest worden verkocht, en dat er wordt betaald.
26
De slaaf zakte in een, aanbad hem en zei:
“heb geduld8 met mij en ik zal u alles betalen.”
27
Innerlijk beroerd, heeft de heer van de slaaf hem losgemaakt en het geleende hem kwijt gescholden.
28
Toen de slaaf naar buiten ging, vond hij één van zijn medeslaven, die hem honderd denarie schuldig was en hield hij hem vast, wurgde hem en zei:
“betaal mij wat je schuldig bent”
29
De medeslaaf zakte in een aan zijn voeten en smeekte hem en zei:
“heb geduld met mij en ik zal u alles betalen”
30
Maar hij wilde niet en hij ging weg en gooide hem in de gevangenis9 tot hij de schuld betaald zou hebben.
31
Toen zijn medeslaven het gebeuren zagen, deed het hen heel veel pijn. Ze gingen naar hun heer en vertellen alles wat er was gebeurd.
32
Daarop riep de heer hem en zei:
“kwaadaardige slaaf, alle schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat jij mij smeekte.
Moest ook jij je niet ontfermen over je medeslaaf, zoals ik mij ontfermde over jou?“
33
Zijn heer was ziedend en leverde hem over10 aan de folteraars tot hij al zijn schuld betaald had.
34
Zó zal mijn hemelse Vader ook jullie aandoen, indien jullie niet stuk voor stuk van harte jullie je naaste kwijtschelden.

Noten

Scroll naar boven