Matteüs 16,21-27
- Vierdag: 23-8-2026, 10e van de zomer
- Boek: Matteüs
- Perikoop: Matteüs 16,21-27
- Vertaler: Klaas Holwerda
Vertaling
21
22
Petrus nam hem bij zich [apart]
en begon hem te bestraffen:
God zij je gunstig gezind3, heer;
zo zal het met jou niet zijn.
23
Hij keerde zich om
en zei tot Petrus:
Ga weg, achter mij, satan.
Een struikelblok ben je voor mij,
omdat je je niet richt op wat van God is,
maar op wat van de mensen is.
24
Toen zei Jezus tot zijn leerlingen:
Wil iemand achter mij (aan) gaan,
dan zal deze afzien van zichzelf,
het eigen kruis opnemen
en mij volgen.
25
Want wie eigen ziel wil redden,
zal haar verliezen,
maar wie eigen ziel verliest vanwege mij,
zal haar vinden.
26
27
Want de mensenzoon zal komen
in de eer van zijn Vader, met zijn engelen;
dan zal hij ieder geven naar eigen handelen6.
Exegetische kanttekeningen
- Opvallend zijn de verschillen in leesorde: OLM leest op de corresponderende zondagen Matteüs 16,13-20 en Matteüs 16,21-27; terwijl GL kiest in navolging van OKL kiest voor Matteüs 16,21-27 en Matteüs 17,14-20. De perikopen 16,13-20 en 16,21-27(28) kunnen worden opgevat als een tweeluik op het scharnier van het boek; inzet zijn een nadere precisering van identiteit (16,13-20) en roeping (16,21-27) van Jezus (cf eerder 3,17 en verderop 17,5). In beide perikopen speelt Petrus als primus inter pares onder de leerlingen (en rolmodel voor de kerk in de geschiedenis?) een opvallende rol: positief (16,13-20) versus negatief (16,21-27), rots (16,18) versus struikelblok (16,23).
- De terechtwijzing van Petrus (16,23) refereert aan de verzoekingen in de woestijn (4,1-11). Petrus blijkt hier plots tot stem van de diabolos geworden, die Jezus van zijn roeping probeert af te houden (zie voor de rol van Petrus in het boek ook 4,18-20; 8,14-15; 10,2; 14,28-31; 15,15; 16,16-19; 17,1.4.24-27; 18,21-22; 19,27; 26,31-35.37.69-75). Overigens is hier geen sprake van totale verwerping: de aansporing ‘achter mij’ nodigt Petrus uit zijn plaats als leerling (in het gevolg van Jezus) opnieuw in te nemen.
- Eigen kruis opnemen (16,24) is nauw verbonden met Jezus volgen: geen oproep tot kruiperigheid, maar een appèl de navolging serieus te nemen en zich daarvan niet te laten weerhouden vanwege de schande waarmee kruisiging als straf in de Romeinse invloedssfeer geassocieerd was.