Matteüs 14,22 -36
- Vierdag: 9-8-2026, 8e van de zomer
- Boek: Matteüs
- Perikoop: Matteüs 14,22-33
- Vertaler: Leen de Ronde
Vertaling
14,22
En direct dwong hij de leerlingen aan boord van het schip te gaan en voor hem uit te varen naar de overkant, intussen zou hij de menigten laten gaan.1
23
En toen hij de menigten had laten gaan,
ging hij de berg op2
om in afzondering te bidden.
Toen hij daar alleen was, was het echter al laat geworden.
24
25
In de vierde nachtwake kwam hij tot hen,
rondwandelend op de zee5
26
27
Maar direct sprak hij (Jezus) hen aan:
‘Houd moed! IK BEN het! Wees niet bang!’
28
Petrus evenwel antwoordde hem en zei:
’Heer, áls u het bent,
beveel mij dan tot u te komen op de wateren.’
29
Toen zei hij:
‘Kom!’
En nadat hij uit het schip gegaan was, 9
wandelde Petrus op de wateren
en kwam hij naar Jezus toe.
30
Toen hij echter op de wind lette,10
werd hij bang / bevreesd,
en terwijl hij begon weg te zinken,
schreeuwde hij en zei:
‘Heer, red mij!’
31
Direct echter stak Jezus de hand toe,
hield hem vast, en zegt hem:
‘Kleingelovige, waarom twijfelde je?’11
33
34
Toen zij de overkant bereikt hadden, kwamen ze aan land in Gennesareth.
35
En de mannen van die plaats herkenden hem, lieten in die gehele omgeving bericht uitgaan en ze brachten allen tot hem, die er slecht aan toe waren.15
36
En zij riepen hem aan, dat zij slechts (alleen) de kwast van zijn mantel zouden aanraken.
En zovelen als die aanraakten werden behouden. 16