Matteüs 13,1-23
- Vierdag: 12-7-2026, 4e van de zomer
- Boek: Matteüs
- Perikoop: Matteüs 13,1-9.18-23
- Vertaler: Roelof Langman
Inleiding
De evangelielezing van deze zondag gaat over de gelijkenis van de zaaier. In het hart van de tekst, tussen gelijkenis en uitleg in, legt Jezus zijn leerlingen uit waarom hij vele dingen in gelijkenissen vertelt. De opstellers van het leesrooster laten dat middendeel weg. In onze bespreking in het online exegeseteam ontdekten we het sterke inhoudelijke verband tussen het Jesaja-citaat in het middendeel en deze gelijkenis. Goed om het in de vertaling en in de lezing toch mee te nemen.
Vertaling
1
Op die dag ging Jezus het huis uit om bij de zee te zitten,
2
en er verzamelden zich rondom hem menigten mensen,
zodat hij zelf in een boot klom en daarin ging zitten,
terwijl heel de menigte op het strand bleef staan.
3
En hij sprak tot hen over vele dingen in gelijkenissen1:
Zie, een zaaier ging uit zaaien
4
en bij dat zaaien van hem viel zaad op2 het pad,
en er kwamen vogels die het wegpikten.
5
Ander zaad viel op stenige bodem waar het niet veel aarde had,
en onmiddellijk schoot het uit doordat de aarde er onvoldoende diepte had,
6
maar toen de zon opkwam, schroeide die het
en doordat het geen wortel had, droogde het uit.
7
Weer ander zaad viel in de distels3
en de distels kwamen op en verstikten het.
8
9
Wie oren heeft, hoor dit!
10
Toen kwamen de leerlingen naar hem toe en vroegen hem:
Waarom is het in gelijkenissen dat u tot hen spreekt?
11
12
Want juist aan wie hebben,
wordt gegeven in overvloed,
maar wie niet hebben –
zelfs wat ze hebben wordt hen afgenomen.
13
Daarom is het in gelijkenissen dat ik tot hen spreek,
omdat zij niet zien wanneer ze zien,
en niet horen wanneer ze horen, en ook niet verstaan
14
15
Want het hart van dit volk is afgestompt
en met hun oren kunnen ze nauwelijks horen
en hun ogen hebben ze dicht laten vallen11
om maar niet te zien met hun ogen,
en met hun oren te horen,
en met hun hart te verstaan
en om te keren
dat ik hen zal genezen.
16
Maar van jullie zijn de ogen gezegend omdat ze zien
en jullie oren, omdat ze horen.
17
Want amen, ik zeg jullie
dat er veel profeten en rechtvaardigen zijn geweest
die verlangden te zien waar jullie naar kijken, maar het niet hebben gezien,
en te horen waar jullie naar luisteren, maar het niet hebben gehoord.
18
Dus nu jullie: hoor de gelijkenis van de zaaier.
19
Van iedereen die het woord van het koningschap hoort en het niet verstaat, geldt:
het kwaad komt en grist weg wat gezaaid werd in hun hart;
dit is het op het pad gezaaide.
20
Wat op de stenige grond gezaaid is,
dat is wie het woord hoort en het meteen blij tot zich neemt,
21
alleen schiet het niet echt wortel in hen maar is tijdelijk;
komt er onderdrukking of vervolging om het woord,
dan zitten ze meteen in de val12.
22
Wat in de distels gezaaid is, dat zijn wie dit woord horen,
en de zorgen van deze tijd en de waan van de rijkdom verstikken het woord
en het wordt vruchteloos.
23
Maar wat op de goede grond werd gezaaid,
dat zijn wie het woord horen en het verstaan,
bij wie het vrucht draagt en opbrengt:
bij sommigen honderdvoudig,
bij anderen zestigvoudig,
bij anderen dertigvoudig.