Matteüs 11,25-30
- Vierdag: 5-7-2026, 3e van de zomer
- Boek: Matteüs
- Perikoop: Matteüs 11,25-30
- Vertaler: Willemien Roobol
Vertaling
25
Op dat moment antwoordde Jezus en zei:
’Ik prijs U, vader, Heer van de hemel en de aarde,
want U hebt deze dingen verborgen voor wijzen en verstandigen
en U hebt dezelfde dingen geopenbaard/ onthuld aan jonge kinderen.
26
Ja, vader, want zo is het een welbehagen geworden voor U.
27
Alles werd mij overgegeven door mijn vader.
En niemand kent de zoon behalve de vader
noch kent iemand de vader behalve de zoon
en in wie de zoon het wil openbaren/onthullen.
28
Komt allen tot mij, die zwoegen en belast zijn,
en ik zal jullie rust verschaffen/verkwikken.
29
Neemt mijn juk op jullie en leert van mij,
want zachtmoedig ben ik en nederig van hart
en jullie zullen rust/verkwikking vinden voor jullie zielen.
30
Want mijn juk is passend en mijn last is licht’.
Exegetische kanttekeningen
- Het geheel is een redevoering van Jezus, waarin hij antwoord geeft op de vraag van Johannes de Doper, die in de gevangenis zit (Matteüs 11, 2-3).
- Ik heb gekozen voor de aanspreekvorm ‘U’ in plaats van ‘jou’ van Jezus voor de vader (vers 25 en 26)
- Vers 27 – vertaling van paradidomi met ‘overgeven’ in navolging van de Naardense Bijbelvertaling. Dit werkwoord wordt vaak gebruikt in de betekenis van ‘overleveren’. Je kunt een traditie overleveren en je kunt een mens overleveren. In het evangelie van Matteüs worden Johannes de Doper (4,12) en Jezus overgeleverd. Alleen in de gelijkenis van de talenten worden de talenten overgegeven in positieve zin (25, 14.20.22).
- In vers 29 wordt Jeremia 6,16 geciteerd: ‘Ik zal u rust geven’. Zo heeft Mozes ooit aan de Eeuwige gevraagd of Hij zelf mee wil gaan om ‘rust te geven’ (Ex.33,14). In Jesaja 28, 12 staat: ‘geeft de vermoeiden rust’ (zie de kantlijn van Nestle). Echter, als je de citaten van Jeremia en de tekst van Jesaja iets verder doorleest, dan komt het niet goed. In Jeremia 6,16 gaat het verder met: ‘maar ze zeggen, we willen die wegen niet gaan’. In Jesaja 28,12 gaat het verder met: ‘maar ze wilden niet horen’.
- De zachtheid en lichtheid van het juk van Jezus corresponderen met zijn zachtmoedigheid, die hij deelt met Mozes (Numeri 12,3). De zachtheid en de lichtheid van het juk maken ook, dat het geheim en de verborgenheid aan ‘jonge kinderen’ worden geopenbaard/onthuld (vers 25).