Johannes 2,1–12

Inleiding

Enkele mogelijke vragen voor de exegese:

– Vervult de moeder van Jezus hier een profetische taak

door het tekort bespreekbaar te maken en de bedienden op

hun taak voor te bereiden? Vgl. Jes 62:1 (OT-lezing).

Zou zij zelf de bruid van de bruiloft kunnen zijn?

– De watervaten voor Joodse reiniging moeten tot bovenaan gevuld

én daarna weer uitgeschept worden. Wat is de zin van dit diakenwerk?

– Is de rol van de hoofdober met de tempel/kerk als instituut te vergelijken?

Zou deze figuur ook gemist kunnen worden?

– Jezus maakt door dit teken zijn doxa (glorie) openbaar, maar alleen de dienaren wisten er iets van hoe de wijn er was gekomen.

Hoe openbaar is dit teken eigenlijk?

– Waarom sluit het verhaal af met een gezamenlijke afdaling naar Kapernaum?

Vertaling

1
Het gebeurde op de derde dag
dat er een bruiloft was, te Kana1in Galilea,
en de moeder van Jezus2 was daar.
2
Maar ook Jezus was met zijn leerlingen
tot de bruiloft genodigd.3
3
En als er dan gebrek aan wijn is,
zegt de moeder van Jezus tot hem:
‘Ze hebben geen wijn!’
En Jezus zegt haar:
4
´Wat heb ik met jou (van doen), vrouw?
Míjn ure4 is nog niet gekomen!´
5
Zijn moeder zegt aan de bedienden5
´Wat hij jullie zal zeggen, doe dat!´
6
Er waren daar evenwel zes6 stenen7 watervaten geplaatst,
voor de Joden ter reiniging,
elk met een inhoud van twee á drie metreten.8
7
Jezus zegt tot hen:
´Vul de vaten met water!´
En zij vulden ze tot bovenaan.
8
Dan zegt hij hen:
‘Schep nu uit en breng het
aan de overste van de obers.´9
Zij brachten het.
9
En terwijl10 de hoofdober dan het water proefde,
– dat wijn geworden was,
en hij wist niet vanwaar die is,
maar de bedienden wisten het,
die het water uitgeschept hadden –
roept de hoofdober het uit tot de bruidegom,
en zegt hem:
10
´Alleman zet eerst de goede wijn voor,
en als men zich bedronken heeft de mindere,
maar u hebt de goede wijn tot nu toe bewaard.´
11
Dit heeft Jezus gedaan als begin11 van de tekenen,
te Kana in Galilea,
en hij maakte zijn glorie12 openbaar
en zijn leerlingen kregen vertrouwen13 in hem.
12
Hierna daalde hij af naar Kapernaüm
hij, zijn moeder en zijn broers en ook zijn leerlingen,
en daar bleven zij niet vele dagen.

Noten

  1. Mogelijk deze plaats vanwege klankverwantschap met ‘kainos = nieuw’, vgl. Joh. 13:34 Volgens 21:2 ook de plaats waar discipel Nathanael vandaan kwam.↩︎
  2. Hoewel als eerst genodigde voor de bruiloft toch steeds in relatie tot Jezus genoemd.↩︎
  3. Let. geroepen. 3^e^ pers. enkv.↩︎
  4. Johanneïsche aanduiding voor de kairos: het beslissende moment; vgl. Joh. 12:23,27; 17:1. In 16:21: het moment van geboren worden. Dit uur loopt voor Jezus en zijn moeder dus niet synchroon.↩︎
  5. Diakenen, zie ook vers 9.↩︎
  6. Wat betreft het getal, zie ook Joh. 4:6 en 19:14. Er zijn Ook zes (of toch zeven) wondertekenen.↩︎
  7. Ws is bedoeld: in steen uitgehakt i.t,t, aardenwerken kruiken. Wat is het belang van dit detail?↩︎
  8. ca. 40 liter per metreet↩︎
  9. Let. hoofd van drie ligbedden, 3 x; m.i. een verwijzing naar de hogepriester.↩︎
  10. Mogelijke vertaling: Zoals de hoofdober het water proefde was het wijn geworden….↩︎
  11. Archè is zowel begin als beginsel: principium↩︎
  12. Over de doxa van Jezus die zich openbaart zie ook Joh.17↩︎
  13. Aoristus ingressus↩︎
Scroll naar boven