Jesaja 7,1-17

Vertaling

1
Het geschiedde in de dagen van Achaz,
zoon van Jotam, zoon van Uzzia, koning van Juda,
dat Retsin, koning van Aram,
met Peqach, zoon van Remaljahu, koning van Israël,
optrok naar Jeruzalem ten strijde tegen haar,
maar hij kon de strijd tegen haar niet winnen.
2
Men meldde het Huis van David:
Aram steunt op Efraïm!
Toen beefde zijn hart en ook het hart van het volk
zoals de bomen in het bos beven voor de wind.
3
JHWH zei tegen Jesaja:
Ga uit, Achaz tegemoet,
jij met je zoon Sjear-Jasjuv (‘Een rest keert terug’),
bij het einde van het kanaal van de hoogstgelegen vijver,
bij de straat naar het Blekersveld.
4
Zeg tegen hem:
Bewaar de rust, houd je stil, vrees niet.
Laat je hart niet week worden voor die twee rokende stompen brandhout:
voor de brandende woede van Retsin en Aram
en die zoon van Remaljahu.
5
Omdat Aram kwaad tegen je beraamd heeft,
met Efraïm en die zoon van Remaljahu,
door te zeggen:
6
Laten we tegen Juda optrekken,
het scheuren, het voor ons openbreken,
en de zoon van Tabeal in zijn midden tot koning kronen.
 
7
Zo zegt de Heer JHWH:
Het zal niet bestaan, het zal niet geschieden.
8
Ook al is Damascus het hoofd van Aram
en is Retsin het hoofd van Damascus.
Binnen vijfenzestig jaar zal Efraïm verslagen
en geen volk meer zijn,
9
ook al is Samaria [nu nog] het hoofd van Efraïm
en is die zoon van Remaljahu [nog] het hoofd van Samaria.
Wie niet vertrouwt, wordt niet gebouwd.
 
10
JHWH ging voort, hij sprak tot Achaz:
11
Vraag jij maar een teken van JHWH je God,
diep in de onderwereld of hoog in de lucht.
12
Maar Achaz zei:
Ik wil het niet vragen,
ik wil JHWH niet verzoeken…
13
Hij zei:
Hoor toch, Huis van David!
Vind je het niet genoeg om mensen te vermoeien,
dat je ook mijn God nog moet vermoeien?
14
Daarom, de Heer zélf zal jullie een teken geven:
zie, de jonge vrouw is zwanger
en zal een zoon baren;
en jij (vrouw) zult zijn naam roepen: Immanu-el (‘Met ons is God’).
15
Hij zal dikke melk en honing moeten eten,
als hij er weet van heeft
het kwade te verwerpen en het goede te kiezen.
16
Maar, voordat de jongen er weet van heeft
het kwade te verwerpen en het goede te kiezen,
zal de akkergrond van die twee koningen waar jij zo van schrikt,
verlaten liggen.
17
Toch zal JHWH ook over jou, over je volk en over je vaderhuis
dagen brengen zoals ze niet meer gekomen zijn
sinds de dag waarop Efraïm zich van Juda afsplitste,
en wel door de koning van Assur.
Scroll naar boven