Jesaja 11,1-10

Inleiding

Er valt iets voor te zeggen deze perikoop te beëindigen met vers 9 (zoals de WV doet), maar ook om hem te beëindigen met vers 10 (zoals de NBV en de HSV doen). In het eerste geval begint de volgende perikoop dan met twee verzen die openen met וְהָיָה בַּיֹּום הַהוּא , in het tweede geval slaat de aanhef van vers 10 terug op vers 1, en houdt verband met de שֹׁרֶשׁ (van Isaï). In de MT sluiten beide verzen met een פְּתוּחָה .

Vertaling

11, 1
Maar1 een twijg zal uitlopen uit de stronk van Isaï,
en een loot zal aan zijn wortels ontspruiten2.
2
Op hem zal de Geest van de ENE rusten,
een geest van wijsheid en inzicht,
een geest van raad en kracht;
een geest van kennis en eerbied voor de ENE.
3
Om3 hem heen hangt de geur van de eerbied voor de ENE
en niet naar het aanzien4 van zijn ogen zal hij recht5 doen
en niet naar het gerucht6 van zijn oren zal hij vonnis7 wijzen.
4
Hij zal de verdrukten recht doen in gerechtigheid
en over de deemoedigen van het land vonnis wijzen in onpartijdigheid;
maar hij zal het land slaan met de staf van zijn mond
en met de adem van zijn lippen zal hij de goddeloze doden.
5
Gerechtigheid zal de lendendoek8 om zijn heupen zijn
en de trouw de gordel om zijn lendenen.
6
Dan zal de9 wolf bij het lam10 verblijf11 houden
en zal de panter12 bij het bokje neerliggen;
het stierkalf, de leeuwenwelp en het mestvee13 tezamen,
en een kleine jongen leidt ze.
7
De koe en de berin grazen14,
tezamen liggen hun jongen neer;
de leeuw eet stro als het rundvee.
8
En de zuigeling speelt bij het nest van de cobra15
en bij het ‘lichtgat’16 van de adder
steekt het gespeende kind zijn hand uit.
9
Zij17 doen geen kwaad en zij brengen geen schade toe op heel mijn heilige berg,
want vervuld is de aarde
van de kennis van de ENE
zoals de wateren de zee18 bedekken.
10
En op deze dag zal het zijn:
de wortel van Isaï
die als een standaard19 voor de volkeren20 staat —
naar hem zoeken de heidenen
en zijn rustplaats zal glorie zijn.

Noten

  1. Maar: In tegenstelling tot Jes. 10,33-34.↩︎
  2. ontspruiten: Van פרה II. De HSV leest פרה I (‘zal vrucht voortbrengen’); de NBV leest יִפְרַח (‘komt tot bloei’).↩︎
  3. Om hem heen hangt de geur: Ik breng וַהֲרִיחֹו in verband met רֵיחַ , ‘geur’ (vgl. Hoogl. 7,14: נָתְנוּ־רֵיחַ ; z. ook Ex. 30,38 en Ri. 16,9, de twee enige andere plaatsen waar de hif. inf. voorkomt). Anderen brengen het in verband met רוּחַ , ‘wind’/’adem’/’geest’. Z. ook HALOT. Joep Dubbink (deze website, 8-12-2019) vertaalt: ‘zijn plezier’ vgl. DCH i.v. [ריח (I): ‘1. smell, sense odour; i.e. delight in’]. Voor veel alternatieve vertalingen z. Murre i.v. רוח Ⅱ. Mogelijkerwijze moet dit verslid wegens dittografie (z. de gelijkenis met v. 2bγ) geschrapt worden.↩︎
  4. aanzien van zijn ogen: D.i. ‘wat zijn ogen zien’ (NB en HSV). Of speelt de betekenis ‘naar de ogen zien’ een rol?↩︎
  5. recht doen: I.p.v. het gebruikelijke ‘rechtspreken’, omdat dat moeilijk te verbinden is met ‘de verdrukten’ (v. 4). ‘Rechtspreken’ is een onovergankelijk werkwoord. De HSV wisselt om die reden af: ‘oordelen’ — ‘recht doen’.↩︎
  6. het gerucht van zijn oren: D.i. ‘wat zijn oren horen’ (NB en HSV).↩︎
  7. vonnis wijzen: Joep Dubbink vertaalt יכח hif. in Jes. 2,4 op deze website met ‘rechtzetten’. DCH: ‘give justice’; in 11:3 voor 8-12-2019 geeft hij de vertaling ‘[de zaken] rechtzetten’, waarmee zijn bedoeling duidelijk is. DCH vertaalt יכח op deze plaats met ‘decide’ — ‘vonnis wijzen’.↩︎
  8. Voor de betekenis hiervan z. de vertaling van Joep Dubbink voor 8-12-2019 op deze website. Vgl. o.a. Jes. 5,27; Jer. 13,1.2.4.6.7(2×).10.11.↩︎
  9. de: De zelfstandige naamwoorden in de volgende reeks (t/m v. 8) moeten alle opgevat worden als collectiva of soortbegrippen. Alleen וָדֹב en כַּבָּקָר in v. 7 hebben in het Hebreeuws een lidwoord van bepaaldheid.↩︎
  10. lam: Meestal betekent כֶּבֶשׂ ‘(jonge) ram’.↩︎
  11. verblijf houden: Hier wordt גור in neutrale zin (‘verblijven bij/naast’) gebruikt, niet met de connotatie ‘als vreemdeling verblijven’. Zowel de NB als de NBV als de WV vullen de betekenis — elk op een eigen wijze — in door resp. ‘Te gast zal zijn bij’, ‘zich neerleggen naast’ en ‘wonen samen’ te vertalen. Van het lemma גור bestaat nog een tweede, dat ‘aanvallen’ of ‘vijandigheid tonen’ betekent, en er bestaat nog een derde, dat ‘vrezen’ betekent (DCH). Kan dat in deze co-tekst als een woordspeling, taalgrapje of dubbele bodem opgevat worden?↩︎
  12. panter: “Afrikaanse dieren worden doorgaans ‘luipaard’ genoemd, Aziatische ‘panter’ ” (Van Dale i.v. ‘luipaard’ en ‘panter’).↩︎
  13. mestvee: Tenzij gelezen moet worden: יִמְרְאוּ ‘grazen’, vgl. LXX en Pešiṭtā. Zo lezen ook WV en NBV.↩︎
  14. grazen: De WV leest תִּתְרָעֶינָה (‘sluiten vriendschap’, d.w.z. רעה Ⅱ hitp. i.p.v. רעה Ⅰ qal). BHS stelt voor תֵּרָעֶינָה (nif.) te lezen: ‘zullen geweid worden’.↩︎
  15. cobra: Een aantal vertalingen heeft hier ‘adder’ en in het volgende verslid ‘(gif)slang’. In deze profetisch-poëtische tekst zal het niet om ofiologische determinatie gaan.↩︎
  16. ‘lichtgat’: Zo vertaalt DCH (‘light-hole, entrance to a den of a snake’) en de NB. Z. ook Gen18: ‘etw. Glänzendes, das funkelnde Auge einer Schlange’. Of moet geëmendeerd worden: מְעָרַת , ‘hol’ of מְעוֹנַת ‘woning’/’nest’ (DCH en Ges18)? WV, NBV en HSV lezen het laatste.↩︎
  17. Zij: M.i. loopt de vergelijking met de dieren in v. 9 nog door en slaat ‘Zij’ daarop. Zo ook NB (‘Ze’). Met de vertalingen ‘Niemand’ of ‘Men’ gaan de WV, de NBV en de HSV over op mensen als onderwerp.↩︎
  18. zee: De WV, de NBV en de HSV vullen aan: ‘de bodem van de zee’.↩︎
  19. standaard voor de volkeren ( נֵס עַמִּים ): Dit begrip keert in v. 12 in iets gewijzigde vorm terug: נֵס לַגֹּויִם . Hoewel de standaard kleiner is dan het vaandel (Van Dale) handhaaf ik deze vertaling, die verwijst naar ‘de koninklijke standaard’ ten teken van de aanwezigheid van de koning.↩︎
  20. volkeren: Joep Dubbink vertaalt גּוֹי in Jes. 2,2.4 op deze website met ‘naties’, wat m.i. een anachronisme is en qua inhoud bepaald specifieker dan de term גּוֹי , die meestal (hoewel niet altijd) voor andere volkeren dan Israël gebruikt wordt — zelfs voor een sprinkhanenzwerm (Joël 1,4.6) of dieren in het wild (Sef. 2,14). Omdat bij het woord ‘volkeren’ ( עַמִּים ) zo gemakkelijk aan ‘heidenvolkeren’ gedacht kan worden, houd ik liever vast aan deze terminologie, en vertaal גֹּויִם met ‘(heiden)volkeren’, waarbij עַם לֹעֵז (Ps. 114,1; vgl. nog לַעֲגֵי שָׂפָה en לָשֹׁון אַחֶרֶת in Jes. 28,11) een saillant voorbeeld is. Vgl. verder bv. לְאֹם (zoals in בנק לאומי).↩︎
Scroll naar boven