Hebreeën 9,1-12.24-26

Vertaling

1
Het eerste1 bevatte2 dan [ook] reguleringen voor de eredienst, en het werelds3 heilige4

2
want er was een tent ingericht,
de eerste5 waarin kandelaren en de tafel en de toonbroden waren,
die het heilige wordt genoemd;

3
na het tweede voorhangsel was er een tent die het heilige der heiligen genoemd wordt,

4
die een gouden wierookvat bevat
en de ark van het verbond, die overal met goud overdekt was,
waarin de gouden kruik die het manna bevat,
en de staf van Aäron, die gebloeid had,
en de tabletten van het verbond;

5
bovenop haar6 de cherubs der heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwden.
Hierover is nu niet in detail7 te spreken.

6
Doordat deze [tenten] zo waren ingericht
gingen de priesters elke dag de eerste tent binnen om de erediensten te volbrengen;

7
in de tweede eenmaal per jaar alleen de hogepriester,
niet zonder bloed,
dat hij voor zichzelf en [voor] de in onwetendheid begane zonden van het volk opdraagt.8

8
Dit maakte de Heilige Geest duidelijk
dat de weg naar het heilige nog niet bekendgemaakt was,
zolang de eerste tent nog in stand was.

9
die een zinnebeeld is voor de bestaande tijd,
in overeenstemming waarmee gaven en slachtoffers worden opgedragen
die niet in staat zijn om hem die de eredienst verricht,
in overeenstemming met zijn bewustzijn9 tot volmaaktheid te brengen.

10
Alleen op voedsel en dranken en verschillende wassingen zijn er reguleringen voor het vlees
die opgelegd zijn tot de tijd van de rechtzetting.
 

11
Christus optredend als hogepriester van de toekomstige goederen
is door de grotere en meer volmaakte tent,
die niet met handen is gemaakt, dat is: niet van deze schepping

12
en niet door bloed van bokken en kalveren,
maar door zijn eigen bloed het heilige binnengegaan, eens voor altijd.
waar hij de eeuwige verlossing vond.
 

24
Want Christus is niet binnengegaan in het heilige dat met handen gemaakt is
dat een tegenbeeld is van het ware,
maar in de hemel zelf,
nu om voor het aangezicht van God te verschijnen voor ons,

25
en dat niet om zichzelf meermalen op te dragen,
zoals de hogepriester elk jaar het heilige binnengaat met bloed dat niet van hemzelf is,

26
aangezien hij dan meermalen had moeten lijden vanaf de grondlegging van de wereld.
Maar nu heeft hij zich eenmaal bij de voleinding van de eeuwen bekendgemaakt
om de zonde teniet te doen door het offer van zichzelf.

Noten

Scroll naar boven