Hebreeën 4,1-13
- Vierdag: 12-4-2026, 2e van Pasen
- Boek: Hebreeën
- Perikoop: Hebreeën 4,1-13
- Vertaler: Jaap Goorhuis
Vertaling1
1
Laten wij ervoor waken dat niet ooit iemand van jullie denkt achter te zijn gebleven nu er een belofte is gebleven van in te gaan in zijn rust.
2
Immers, wij hebben, net als zij, de verkondiging ontvangen.
Echter, het woord dat zij hoorden hielp hen niet omdat het niet verbonden was met het geloof bij die het hoorden.
3
Want wij die geloven gaan tot de rust, zoals hij gesproken heeft:
zoals ik in mijn woede gezworen heb,
indien zij zullen ingaan tot mijn rust
hoewel de werken vanaf de grondlegging der wereld geschiedden.
4
Want aangaande de zevende dag heeft hij ergens gesproken:
en God rustte op de zevende dag van al zijn werken;
5
en daarin opnieuw: indien zij zullen ingaan in mijn rust.
6
Maar het blijft dat sommigen in haar zullen ingaan
en ook dat zij die eerder de verkondiging gehoord hadden
niet zijn binnengegaan vanwege ongeloof.
7
Opnieuw grenst hij een bepaalde dag af, heden, sprekend met David,
na een hele tijd, zoals eerder gesproken:
wanneer u vandaag zijn stem hoort,
verhardt dan uw harten niet.
8
Want indien Jozua hen deed rusten
heeft hij niet daarna over een andere dag gesproken.
9
Er blijft dus een sabbatsrust over voor het volk van God.
10
Want wie is binnen gegaan in zijn rust
heeft ook zelf van zijn werken gerust,
zoals God van de zijne.
11
Laten wij ons dan spoeden om in te gaan in die rust
opdat niet iemand valt door dit voorbeeld van ongehoorzaamheid te volgen.
12
Levend immers is het woord van God en werkzaam
en scherper dan enig tweesnijdend zwaard
en het dringt diep door om te scheiden ziel en geest
gewrichten en merg
en het oordeelt overleggingen en gedachten van het hart.
13
En geen schepsel is voor hem verborgen.
Alles is naakt en open voor de ogen van hem
voor wie wij verantwoording afleggen.