Hebreeën 2,5-13

Inleiding

Is Hebreeën een brief, en is het wel Paulus die hem heeft geschreven? Het taalgebruik van de auteur verschilt nogal van dat van Paulus zelf, het sluit nauw aan bij dat van Handelingen. Bij het samenstellen van de canon is deze brief aanvankelijk geplaatst tussen Paulus’ brieven aan gemeenten, zoals die in Korinthe of Rome, en zijn persoonlijke brieven, bijvoorbeeld die aan Jakobus. Om die redenen zijn er onderzoekers die sterk vermoeden dat het hier gaat om Lucas’ verslag van een toespraak van Paulus in een of meer synagogen in de joodse diaspora1. We kunnen deze tekst dan lezen in verband met de talrijke verslagen van zulke toespraken in Handelingen, bijvoorbeeld in Handelingen 13, 16-44. Daar doet Lucas verslag van een toespraak die Paulus hield op uitnodiging van de oudsten van de synagoge in het Pisidische Antiochië: “als u een woord van aansporing te spreken hebt tot de mensen, spreek het dan”. Zo’n woord van aansporing of aanmoediging is ook deze tekst: zie Hebreeën 13,22.

 

De toespraak komt meteen terzake: zoals God in het verleden tot de voorouders heeft gesproken door de profeten, zo heeft Hij nu, aan het einde van de tijd, tot ons gesproken door zijn Zoon, zijn evenbeeld die Gods luister uitstraalt en heeft plaatsgenomen aan Gods rechterhand, hoog verheven boven de engelen. Daarom moeten de toehoorders aandachtig luisteren naar deze profetische toespraak over de komende wereld:

Vertaling

5
Want het is niet onder de engelen
dat Hij het komende wereldrijk stelt waarover wij spreken,

6
maar, zoals iemand ergens getuigt:
Wie is de mens, dat Gij deze gedenkt,
of de zoon des mensen, dat U naar deze omziet?

7
Gij maakt hem maar iets geringer dan de engelen,
met luister en eer kroont Gij hem,

8
alle dingen hebt Gij onder zijn voeten gesteld.2
 
Door alles onder hem te stellen
liet Hij dus niets over dat niet onder hem gesteld was.
Nu echter zien we nog niet dat onder hem alles gesteld is,

9
maar we zien Jezus, voor korte tijd geringer3 dan de engelen,
om het lijden van de dood met luister en eer gekroond
zodat hij door Gods genade voor allen zou proeven van de dood.
 

10
Het was immers gepast voor hem,
door wie alle dingen er zijn en om wie alle dingen er zijn
en die vele zonen en dochters4 tot luister brengt,
dat hij tot voorganger van hun redding door lijden is gevormd.

11
Hij die heiligt en zij die geheiligd worden zijn allen uit één,
en om die reden schaamt hij zich niet om hen broeders en zusters te noemen:

12
Ik ga5 Uw naam vertellen aan mijn broeders en zusters,
in het midden van de vergadering ga ik Uw lof zingen6.

13
En ook:
Ik ga op Hem vertrouwen7
en ook:
Kijk, dit ben ik en dit zijn mijn kinderen,
die mij zijn gegeven door God8.

Noten

Scroll naar boven