Hebreeën 2,5-13
- Vierdag: 5-4-2026, 1e van Pasen
- Boek: Hebreeën
- Perikoop: Hebreeën 2,(8b)9-13
- Vertaler: Roelof Langman
Inleiding
Is Hebreeën een brief, en is het wel Paulus die hem heeft geschreven? Het taalgebruik van de auteur verschilt nogal van dat van Paulus zelf, het sluit nauw aan bij dat van Handelingen. Bij het samenstellen van de canon is deze brief aanvankelijk geplaatst tussen Paulus’ brieven aan gemeenten, zoals die in Korinthe of Rome, en zijn persoonlijke brieven, bijvoorbeeld die aan Jakobus. Om die redenen zijn er onderzoekers die sterk vermoeden dat het hier gaat om Lucas’ verslag van een toespraak van Paulus in een of meer synagogen in de joodse diaspora1. We kunnen deze tekst dan lezen in verband met de talrijke verslagen van zulke toespraken in Handelingen, bijvoorbeeld in Handelingen 13, 16-44. Daar doet Lucas verslag van een toespraak die Paulus hield op uitnodiging van de oudsten van de synagoge in het Pisidische Antiochië: “als u een woord van aansporing te spreken hebt tot de mensen, spreek het dan”. Zo’n woord van aansporing of aanmoediging is ook deze tekst: zie Hebreeën 13,22.
De toespraak komt meteen terzake: zoals God in het verleden tot de voorouders heeft gesproken door de profeten, zo heeft Hij nu, aan het einde van de tijd, tot ons gesproken door zijn Zoon, zijn evenbeeld die Gods luister uitstraalt en heeft plaatsgenomen aan Gods rechterhand, hoog verheven boven de engelen. Daarom moeten de toehoorders aandachtig luisteren naar deze profetische toespraak over de komende wereld: