1 Tessalonicenzen 2,5-13
- Vierdag: 25-10-2026, 6e van de herfst
- Boek: 1 Tessalonicenzen
- Perikoop: 1 Tessalonicenzen 2,5-13
- Vertaler: Barbara de Groot
Vertaling
5
Want nooit traden we op uit mooipraterij, zoals jullie weten, noch uit voorwendsel voor hebzucht – God is getuige –, 6 noch om glorie van mensen te zoeken, noch van jullie, noch van anderen; 7 terwijl we in staat waren om gewichtig te doen als apostelen van Christus, hebben we in uw midden maar gewoon gedaan.
Zoals wanneer een voedster haar eigen kinderen voedt, 8 zo waren wij vol verlangen bereid om met u niet alleen het evangelie van God te delen, maar ook onze eigen levens, omdat jullie ons dierbaar geworden zijn.
9
U herinnert u, broeders, de inspanning en de moeite; terwijl we dag en nacht aan het werk zijn om niemand van u te bezwaren hebben we u het evangelie van God verkondigd.
10
Julie zijn er getuige van, en God ook, hoe toegewijd, rechtvaardig en onberispelijk we waren bij jullie die geloven; 11 zoals jullie weten waren we voor een ieder van u als een vader voor zijn (eigen) kinderen, 12 door u te bemoedigen, toe te spreken en op het hart te drukken om te wandelen (of: leven) waardig aan God die u roept tot zijn eigen koninkrijk en glorie.
13
En daarom danken ook wij God onophoudelijk, dat u het woord van God, toen u het van ons gehoord hebt, niet ontvangen hebt als een woord van mensen maar zoals het is: waarlijk woord van God, dat ook werkzaam is in u die gelooft.