Lucas 15,1-10

Inleiding

Vorm en inhoud van beide gelijkenissen over ‘het vinden van wat verloren was’ blijken in direct verband te staan met de situatietekening (Sitz im Leben) die Lucas er aan vooraf laat gaan: de religieuze leiders van het volk (farizeeën en schriftgeleerden) morren over Jezus’ vrije en bevrijdende omgang met zondaars.

Jezus antwoord is een herhaalde uitnodiging om in de vreugde van het vinden en gevonden zijn te delen.

De verbinding met het voorafgaande hoofdstuk ligt in de oproep om te horen.

(14,35), wat de tollenaars en zondaars blijken wél te doen.

Vertaling

15, 1
Al de tollenaars en de zondaars echter1,
bleven hem (Jezus) benaderen2
om hem te horen3.
2
Maar de farizeeën en de schriftgeleerden morden4
en zeiden:
Deze ontvangt zondaars
en hij eet mét5 hen!
 
3
Hij sprak echter tot hen deze gelijkenis:
4
Wie (welk mens) van júllie
die honderd schapen heeft
en één daarvan verloren heeft,
laat dan de negenennegentig niet achter in de woestenij
en trekt op het verlorene toe
tot hij het gevonden heeft?
5
En wanneer hij (het) gevonden heeft,
legt hij het met vreugde6 op z’n schouders.
6
Thuisgekomen roept hij dan
de vrienden en de buren7 bijeen,
want zo zegt hij tot hen:
Wees mét8 mij verheugd,
omdat ik mijn9 schaap, dat verloren was, gevonden heb!
7
Ik zeg jullie:
Zo zal er vreugde in de hemel zijn
over één zondaar die tot omkeer komt,
(meer) dan over negenennegentig rechtvaardigen,
die geen omkeer nodig hebben.
 
8
Of welke vrouw die tien zilverstukken10 heeft —
als ze één zilverstuk verloren heeft,
zal ze dan geen lamp aansteken
en het huis aanvegen
om toegewijd11 te zoeken,
tot zij het gevonden12 heeft?
9
En wanneer zij het gevonden heeft,
dan roept zij vriendinnen en buurvrouwen bijeen,
want zegt zij:
Wees mét mij verheugd,
omdat het zilverstuk, dat ik verloren had, gevonden heb!
10
Zó, zeg ik jullie, zal het gebeuren,
dat er in de ogen van Gods engelen13 (reden tot) vreugde is,
om één zondaar die tot omkeer komt.

Noten

  1. Contrasterende overgang omdat hfdst. 14 eindigt met de vraag of ‘het zout’ niet smakeloos (let. dwaas) is geworden en de oproep: Laat wie oren heeft om te horen, horen!↩︎
  2. Naderbij komen, zowel in tijd als ruimte.↩︎
  3. ‘naderen om te horen’, zie ook Deut. 5:27; Jozua 3:9 en Jesaja 48:16.↩︎
  4. Van ‘morren’ is ook sprake in Ex 15: 24; 16:2 e.v. Numeri 14:27,29,36; 16:11, 41; 17:5, 10. Zie ook Luc. 5: 30; 19:7 en Hand. 6:1↩︎
  5. Zie ook Luc. 5: 27- 32; 14:12 -14 en Gal.2:12.↩︎
  6. Tegenover het ‘morren’ is in beide gelijkenissen 5 x sprake van zich verheugen (chairein) en vreugde (chara).↩︎
  7. In tegenstelling tot de gelijkenis van Math. 18:12-24 zijn bij Lucas de ‘vrienden en buren’ in het narratief onmisbaar als spiegel voor de morrende ‘Farizeeën en schriftgeleerden’.↩︎
  8. Het verwijt van vers 2 ‘…en hij eet mét hen’, keert Jezus om tot een dubbele uitnodiging: ‘samen-roepen’ ‘samen-verheugd-zijn’, omdat gevonden is, wat verloren was.↩︎
  9. NBV21 houdt het neutraler op: ‘het schaap’.↩︎
  10. Letterlijk: drachme = ¾ denarius (Rom). 1 denarius is het dagloon voor een arbeider (Math.20:1-18) De jaarlijkse tempelbelasting was een dubbele drachme (zie Math.17:24-27 over het zgn. hoofdgeld)↩︎
  11. Hapax in NT. Betekent ook: zorgvuldig, ijverig. WW: ‘epimeleomai’: Lc. 10:34-35 en I Tim. 3:5↩︎
  12. Ook nu wordt er gezocht tot (eoos) er gevonden is.↩︎
  13. Door van ‘in de hemel’ (v.7) te variëren naar ‘in de ogen van Gods engelen’ wordt benadrukt dat ook God zelf niet eenzaam in zijn vreugde kan zijn.↩︎
Scroll naar boven