Kolossenzen 1,21-29
- Vierdag: 20-7-2025, 5e van de zomer
- Boek: Kolossenzen
- Perikoop: Kolossenzen 1,21-27
- Vertaler: Barbara de Groot
Vertaling
21
En jullie, die eens vervreemd waren
en vijandig gezind in goddeloze praktijken,
22
heeft hij nu
in zijn vleselijke lichaam
door de dood geheel verzoend
om jullie heilig en onbesmet en onberispelijk
tegenover zich te stellen.
23
Als jullie maar bij het vertrouwen blijven,
gegrondvest en vast,
en niet afgeleid van de hoop van het evangelie
dat jullie gehoord hebben,
dat verkondigd is in de hele schepping die onder de hemel is,
waarvan ik, Paulus, dienaar geworden ben.
24
Nu verheug ik me over al het lijden omwille van jullie,
en ik vul aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus
in mijn vlees,
omwille van zijn lichaam, dat is de kerk,
25
waarvan ik dienaar ben geworden,
overeenkomstig de leiding van God,
die hij mij gegeven heeft
om onder jullie het woord van God te volbrengen;
26
het geheim dat verborgen was
voor de eeuwen en de generaties,
maar nu aan zijn heiligen is onthuld
27
aan wie God bekend wilde maken
wat de rijkdom is van de eer van dit geheim onder de volkeren,
dat is: Christus in jullie, de hoop op eer.
28
Hem verkondigen we, wanneer we eenieder vermanen
en wanneer we eenieder onderwijzen in alle wijsheid,
opdat we ieder mens volmaakt doen staan in Christus.
29
Hiervoor zwoeg ik strijdend, met zijn werkzaamheid
die met kracht werkzaam is in mij.
Opmerkingen
21
‘goddeloze praktijken’: ‘kwade werken’. De vervreemding betreft God, vandaar ‘kwaad’ geïnterpreteerd als ‘goddeloos’.
27
volkeren, of: heidenen