Lucas 24,35-48

Vertaling

35
Zij legden1 uit over de dingen op de weg
en hoe hij zich aan hen bekend had gemaakt
in het breken van het brood.
36
Terwijl zij daar dan over spraken,
plaatst2 hij zich in hun midden
en zegt tot hen: “Vrede voor jullie”
37
Bang3 en angstig4 geworden,
dachten zij een geest5 te aanschouwen6
38
en hij zei tot hen:
“Wat zijn jullie verward7
en waardoor komen overleggingen8 in jullie harten op?
39
Ziet mijn handen en mijn voeten: ik ben het zelf.
Raakt9 me aan en ziet dat een geest geen vlees en botten heeft,
zoals jullie zien10 dat ik heb”
40
Dit zeggend, toonde hij hen de handen en de voeten.
41
Terwijl zij het nog niet vertrouwen van blijdschap
en verwondering, zei hij tot hen:
“Hebben jullie iets eetbaars11 hier?”
42
Ze gaven zij hem een stuk gebakken12 vis13
43
Hij nam het en at14 het op voor hun ogen15 .
44
Hij zei tot hen:
“Deze [zijn] mijn woorden die ik sprak tot jullie,
terwijl ik nog bij jullie was,
dat vervuld moet worden alles wat geschreven staat
in de Thora van Mozes en in de profeten en psalmen
over mij ”
45
Toen opende16 hij hun verstand17
om de schriften te verstaan18
en hij zei tot hen:
46
“Er staat geschreven de gezalfde zal lijden
en opstaan uit de doden op de derde dag19
47
en verkondigd zal worden bekering20 in zijn naam
tot vergeving21 van zonden onder alle volken,
te beginnen vanuit Jeruzalem22 .

Noten

  1. exègeomai – uiteenzetten, vertellen, uitleggen: “zij geven exegese van de exegese die hij op de weg had gegeven” Hemelsoet / Monshouwer↩︎
  2. praesens in aansluiting bij het volgde legei. Zo Oosterhuis / van Heusden↩︎
  3. ptoeoo – schuw, bang, angstig worden, verward raken, verschrikken, cf. vs5; LXX: Ex19: 16 en Dt31: 6↩︎
  4. emphobos – ge- of bevreesd↩︎
  5. pneuma ipv fantasma↩︎
  6. theoreoo – ook inzien, innerlijk. Itt blepoo – zien, kijken, zintuigelijke waarneming. Cf horaoo – zien idzv voor ogen hebben, toezien, letten op↩︎
  7. tarassoo – om- beroeren, ontroeren, verward, verbijsterd zijn↩︎
  8. dialogismos – overweging, gedachte, redenering, denkbeeld↩︎
  9. psèlafaoo – onderzoeken, rond- be-tasten, aanraken↩︎
  10. theoreoo↩︎
  11. broosimos↩︎
  12. optos – gebakken, gebraden, geroosterd↩︎
  13. In Emmaüs was het brood↩︎
  14. nemen en eten↩︎
  15. enoopion↩︎
  16. dianoigoo↩︎
  17. noun; Vul.:sensus↩︎
  18. sunièmi↩︎
  19. cf. Hos6: 2↩︎
  20. metanoia↩︎
  21. afèsis↩︎
  22. cf. Act2: 7↩︎
Scroll naar boven