Wijsheid van Jezus Sirach 50,1-24
- Vertaling: Otto Mulder
- voor 20 juli 2014: 5e van de zomer (A-jaar)
- uit Wijsheid: Wijsheid van Jezus Sirach 50,1-24
Vertaling: Otto Mulder
1
2
omdat in zijn ambtstijd een waterbekken is uitgegraven,
met een scheidingswand daarin vanwege de waterbeweging,3
3
en in zijn dagen een muur is gebouwd
[met] vestingtorens aan een koninklijk paleis.
4
Hij is het, die zorg draagt voor zijn volk tegen de roof
en hij maakt zijn stad sterker dan de vijand.
5
6
als een lichtende ster te midden van de wolken,
als de volle maan ter onderscheiding van de feestdagen,
7
als de zon die gloedvol gloort naar het koninklijk paleis,
als de regenboog die zich laat zien in de wolken,
8
als bloesemtakken tijdens het voorjaar,
als een lelie op de waterstromen,
als een loot van de Libanon in de zomerdagen,
9
10
als een groenende olijf vol rijpe vrucht,
als een olijfwilg die de takken laaft.
11
Wanneer hij zich hult in een kleed van heerlijkheid8
en zich kleedt met een gewaad van glorie,
wanneer hij opgaat naar het verheven altaar
en luister verleent aan het ommuurde gebied van het heiligdom,
12
13
al de zonen van Aäron in hun heerlijkheid
met de vuuroffers voor JHWH in hun handen
ten overstaan van de gehele gemeente van Israël,
14
totdat hij gereed is met het dienen bij het altaar
en het arrangeren van de ordeningen voor de Allerhoogste.
16
Dan blazen de zonen van Aäron, de priesters,
op de trompetten van gedreven metaal
en terwijl zij blazen laten zij een machtig geschal horen,
om de gedachtenis op te roepen voor de Allerhoogste.11
17
Alle mensen tezamen haasten zich met spoed
en zij vallen op hun aangezicht ter aarde,
door zich diep te buigen voor het aangezicht van de Allerhoogste,
voor het aangezicht van de Heilige Israëls.
18
En Hij verheft zijn stem in het gezang
en boven de daverende klank uit schatten zij [allen] zijn licht hoog
19
en zij juichen, heel het volk van het land,
in het gebed voor het aangezicht van de Erbarmer,
totdat hij gereed is met het dienen bij het altaar
en zijn voorschriften doet hij tot zijn bestemming komen.
20
Daarna daalt hij af en heft zijn handen op,
over de gehele gemeente van Israël,
de zegen van JHWH op zijn lippen;
in de naam van JHWH toont hij zijn glorie.
21
En wederom vallen zij neer, een tweede maal,
[de van Godswege gezegenden] voor zijn aangezicht.
22
Nu dan, zegen toch JHWH, de God van Israël,
die wonderbare dingen doet op aarde,
Hem, die de mens verhoogt vanaf de moederschoot
en met hem handelt naar zijn welwillendheid.
23
Hij geeft u wijsheid des harten
en Hij zal in vrede te midden van u zijn.
24
Bestendig is zijn genade met Simon
en standvastig zal voor hem het verbond met Pinchas zijn,
dat niet verbroken zal worden voor hem en voor zijn nageslacht
zolang de dagen van de hemel duren.
Noten
-
tp´rt, `glorie, vgl. 11b en jtp´r, `toont zijn glorie´ in 20d.↩︎
-
In het Grieks: Onias de hogepriester.↩︎
-
Vermoedelijk komt dit waterbekken in het Nieuwe Testament terug als Bethesda.↩︎
-
nhdr, `luisterrijk´, vgl. 11d jhdr, `luister verleent´.↩︎
-
vgl. Exodus 40:34-35.↩︎
-
vgl. Exodus 25:9.↩︎
-
Bedoeld zijn de stenen op het borstschild van Aäron. Hier wordt het hogepriesterschap van Simon in het licht gesteld.↩︎
-
kbwd, `heerlijkheid´, vgl. 13a.↩︎
-
De broeders zijn de medepriesters van hogepriester Simon.↩︎
-
Met dit beeld wordt de continuïteit van het priesterschap weergegeven.↩︎
-
Vgl. Numeri 10:10. Daar is sprake van vaste feesten en bij nieuwe maan.↩︎