Jesaja 56,1-7

Vertaling

1
Zo zegt JHWH:
Behoed1 het recht, en doe gerechtigheid
want nabij is de komst van mijn bevrijding
en de openbaring van mijn gerechtigheid.
2
Gelukzalig de mens die dat doet
en het mensenkind dat daaraan vasthoudt;
wie de sabbat behoedt voor ontheiliging
en zijn hand weerhoudt2 van alle kwaad.
 
3
Laat de allochtoon3 die zich bij JHWH aansluit
niet zeggen:
JHWH zal mij zeker afzonderen van zijn volk.
En laat de eunuch niet zeggen:
Ik ben maar een verdroogde boom.4
4
Want zo zegt JHWH
over de eunuchen die mijn sabbatten behoeden
en verkiezen wat mijn welgevallen heeft
en vasthouden aan mijn verbond:5
5
ik geef aan hen in mijn huis, binnen mijn muren
een gedenkteken en een naam6
beter dan zonen en dochters;
een eeuwige naam geef ik hun
die niet afgesneden wordt.
6
En de allochtonen die zich aansluiten bij JHWH
door hem liturgisch te dienen7
en de naam van JHWH liefhebben
door voor hem tot dienstknechten te zijn
– ieder die de sabbat behoedt voor ontheiliging
en vasthoudt aan mijn verbond –
7
hen breng ik naar mijn heilige berg
en ik maak hen verheugd in mijn gebedshuis;
hun brandoffers en hun slachtoffers zullen welkom zijn op mijn altaar
want mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden voor alle volkeren8
8
uitspraak van de Heer JHWH
die de verstrooiden van Israël verzamelt:
ik zal er nog bij verzamelen, bij wie ik ervan verzameld heb.
 

Noten

  1. Motiefwoord sjamar in deze perikoop is niet idiolect vertaalbaar: levert sterk verwrongen Nederlands op.↩︎
  2. Ook hier sjamar↩︎
  3. Allochtoon: letterlijk: zoon van (de) vreemdeling, dus van vreemde afkomst. Alleen hier met lidwoord, vgl. Jes. 60,10, 61,5, 62,8 enz.↩︎
  4. Vgl. voor de combinatie vreemdeling / eunuch vooral Deut. 23,1vv (Hebr. 23,2vv). Vreemdeling / allochtoon en eunuch hebben beide een probleem met het invoegen in de geschiedenis van het volk: de vreemdeling naar het verleden, de eunuch naar de toekomst toe.↩︎
  5. Onze passage vertoont veel woordovereenkomst met Ex. 31,13-17: het bewaren van de sabbat, de typische uitdrukking ‘mijn sabbatten’, de verbinding met de term ‘verbond’ en de nadruk op het eeuwigdurende karakter ervan.↩︎
  6. Vgl. 2 Sam. 18,18, het gedenkteken dat de kinderloze Absalom voor zichzelf opricht; in 1 Sam. 15,12 en Ez. 21,19 (Hebr. 21,24) is Jad ‘wegwijzer.’ Denk uiteraard aan het naar onze tekst genoemde gedachtenismonument in Jeruzalem voor de slachtoffers van de shoah.↩︎
  7. s-r-t: het bedienen van iemand, persoon of godheid, en dan ook in Deut. (10,8 et passim) en Ez. meestal de taak van de Levieten: het dienen in de liturgie.↩︎
  8. Vgl. het citaat door Jezus in Mar. 11,17 en par.↩︎
Scroll naar boven