Lucas 10,1-20 uitzending van de 7(2)

Vertaling

1
Hierna wees de Heer tweeënzeventig anderen aan
en zond hen uit,
twee aan twee voor zijn aangezicht
naar iedere stad en plaats
waar hij zelf van plan was te komen.
2
Hij zei tegen hen:
“Weliswaar is de oogst veel,
maar de werkers weinig:
bidt dan de heer van de oogst
dat hij werkers uit stuurt voor zijn oogst.
3
Kom op!
Zie ik zend jullie uit
als lammeren in het midden van wolven.
4
Draagt geen geldbeurs, geen reistas, geen schoenen
en groet niemand op de weg.
5
Welk huis je ook binnenkomt,
dan zeggen jullie eerst:
vrede voor dit huis!
6
Wanneer daar een (lett: zoon van vrede) vreedzaam mens is,
zal op hem jullie vrede rusten,
maar zo niet,
dan zal zij naar jullie terugkeren.
7
Blijft in dat huis,
etend en drinkend wat het hunne is,
immers de werker is zijn prijs waard.
Gaat niet huis-uit huis-in
8
en in welke stad jullie ook binnenkomen
en zij ontvangen jullie,
eet wat jullie wordt voorgezet
9
en jullie moeten de zwakken daar genezen
en tegen hen zeggen:
dichtbij jullie is het koninkrijk van God gekomen.
10
Maar in welke stad jullie ook binnenkomen
en ze ontvangen jullie niet,
zegt dan,
terwijl je door de straten gaat:
11
zelfs het stof uit jullie stad dat aan onze voeten kleeft,
vegen wij voor jullie af.
Alleen nog:
weet dat het koninkrijk van God dichtbij is.
12
Ik zeg jullie
dat het voor Sodom op die dag draaglijker zal zijn
dan voor een dergelijke stad.
13
Wee jou, Chorazin,
wee jou, Bethsaïda:
want als in Tyrus en Sidon de krachten geschied zouden zijn,
die in jullie zijn geschied,
zij zouden allang in zak en as gezeten,
tot andere gedachten zijn gekomen.
14
Alleen nog:
voor Tyrus en Sidon zal het draaglijker zijn
in het oordeel dan voor jullie.
15
En jij Kafarnaüm,
niet tot de hemel zul jij verhoogd worden?
tot de Hades zul je afdalen!
16
Wie die naar jullie hoort,
hoort naar mij
en wie die jullie afwijst,
wijst mij af,
maar wie die mij afwijst,
wijst hem af die mij uitgezonden heeft.”
17
De tweeënzeventig nu zijn teruggekomen
met blijdschap
en zij zeggen:
“Heer,
ook de demonen onderwerpen zich aan ons in jouw naam”
18
Hij zegt hen:
“Ik heb gezien
hoe de satan als een bliksem uit de hemel is gevallen.
19
Zie ik heb jullie macht gegeven
om slangen en schorpioenen met voeten te treden
en op de hele macht van het vijandige
en niets zal jullie ooit onrechtvaardig behandelen.
20
Alleen nog:
maak je niet blij
dat de geesten zich aan jullie onderwerpen,
maar wees steeds blij
dat jullie namen zijn opgeschreven in de hemelen!”
 
 
Scroll naar boven