1 Tessalonicenzen 2,19 – 3,13

Vertaling

2
.19 Want wie is onze hoop, of vreugde of lauwerkrans..?
Zijn jullie dat niet?
Ten aanzien van onze Heer Jezus, bij zijn verschijning!

20
Want jullie zijn onze glorie en vreugde.

3
.1 Omdat wij het niet meer uithielden,
heeft het ons goed gedacht,
om alleen in Athene achter te blijven,

2
en hebben wij Timotheüs gestuurd,
onze broeder en Gods medewerker in het evangelie van Christus,
om jullie te versterken en te bemoedigen,
omwille van jullie geloofsvertrouwen,

3
dat het op geen enkele wijze van z’n stuk gebracht wordt
door deze verdrukkingen.
Want zelf weten jullie ook
dat wij daartoe gesteld worden.

4
Want toen wij bij jullie waren,
hebben we het jullie al voorzegd,
dat wij verdrukt staan te worden.
En zoals jullie weten is dat ook gebeurd.

5
Om die reden hield ik het niet meer uit en stuurde ik (hem),
om van jullie geloofsvertrouwen kennis te nemen,
opdat niet – hoe de beproever jullie ook beproefd heeft –
onze moeite tevergeefs zou zijn geweest.

6
Nu Timotheüs bij jullie vandaan weer tot ons gekomen is,
heeft hij ons het goede nieuws (evangeliseren) gebracht
over jullie geloofsvertrouwen en liefde,
en dat jullie óns steeds in goede gedachtenis houden,
vol verlangen om ons te zien, zoals ook wij naar jullie zijn.

7
Daardoor zijn wij over jullie bemoedigd geworden, broeders-en-zusters,
bij alle nood(lot) van onze verdrukking, vanwege jullie geloofsvertrouwen.

8
Dus nu leven wij (weer), als jullie vast staan in de Heer.

9
Kunnen wij aan God enige dank teruggeven om jullie,
bij alle vreugde waarmee wij ons over jullie verheugen,
ten overstaan van onze God?

10
Nacht en dag bidden wij meer dan overvloedig
om jullie persoonlijk te zien,
om ook wat aan jullie geloofsvertrouwen nog ontbreekt in orde te maken.

11
Dat God zelf, die ook ónze Vader is, met onze Heer Jezus,
ónze weg dan naar jullie toe mag richten.

12
En dat de Heer júllie mag vermeerderen en overvloedig maken
in liefde voor elkaar én naar allen, zoals wij ook (doen) naar jullie.

13
tot versterking van jullie harten,
om onberispelijk (te zijn) door heiliging tegenover de God, die ook onze Vader is,
bij de verschijning van onze Heer Jezus, met al zijn heiligen.

Scroll naar boven