HATTEMSE EXEGESEDAGEN 9-11 NOVEMBER 2026 

Over Genesis 1-11

Een rabbi gaat voor lange tijd naar een verre
stad om te studeren. Zijn vader, ook rabbi,
neemt voor hem waar. Na zijn terugkeer
vraagt de vader hem: ‘En, wat heb je nu
geleerd?’ ‘Ik heb geleerd dat God de
Schepper is van hemel en aarde.’
De vader reageert verbaasd: ‘Is dat alles?
Dat weet toch iedereen!’ ‘Ja’, antwoordt de
zoon, ‘iedereen weet het. Maar hebben ze
het ook geléérd?’

Van de Paasnacht tot en met Pinksteren 2027 biedt het Oecumenisch Leesrooster een
alternatief spoor met verhalen uit Genesis 1-11. Het begin van Genesis roept al eeuwenlang
vragen op. Sinds mensenheugenis vertellen mensen in vele culturen verhalen over de
herkomst van wereld en mens. Scheppingsverhalen, en andere oerverhalen zoals dat van de
grote vloed, zijn een genre dat je overal tegenkomt, van Mesopotamië tot Griekenland.
Tegelijk hebben joden en christenen altijd het besef gehad dat hun verhalen nog iets anders
te zeggen hadden dan ‘waar komen wij vandaan’, en zeker, dat het daar gegeven antwoord
fundamenteel anders is. Toch overheerste in de bijbelwetenschap lange tijd het besef dat
‘schepping niet zo bijzonder is’. De bijbelwetenschap stortte zich om een andere reden op
deze verhalen: met de wisseling van de Godnamen werden Genesis 1 en 2 en zeker het
Zondvloedverhaal een cause célèbre voor de historisch-kritische analyse (lees:
bronnensplitsing) van deze verhalencyclus.

Karel Eykman begint zijn kinderbijbel Woord voor woord, verrassend, niet bij Genesis 1 maar
bij Abraham. Daar zit een theologische keuze achter die, dat kan haast niet anders, in
samenspraak met Karel Deurloo tot stand kwam: de keuze voor de prioriteit van het
‘bijzondere’, het Israëlitische, boven het ‘algemeen-menselijke’, een theologiseren in de lijn
van Karl Barth. Hoe kijken we nu, ruim 50 jaar later, tegen die keuze aan: was die terecht, en
is die nu nog geldig of verdient het algemeen-menselijke een vorm van herwaardering?
Evengoed slaat Eykman Genesis 1-11 niet over. Deze verhalen komen ter sprake rond hun
vermoedelijke Sitz im Leben in de Ballingschap. Deurloo laat ze evenmin liggen, maar schrijft
een uitvoerige studie over Genesis 2-4: De mens als raadsel en geheim – verhalende
antropologie in Genesis 2-4. Alleen die drie hoofdstukken al zijn onze aandacht meer dan
waard, en toch hebben we geprobeerd het programma iets te verbreden en het belangrijkste
uit die zogenaamde ‘oergeschiedenis’ aan bod te laten komen. Want het gaat ergens over!
Het gaat over de mens en wie hij/zij/hen is; over geslacht en gender, over mens en natuur,
over het ‘verloren paradijs’ en de functie daarvan, over het kwaad en het oordeel daarover,
en nog veel meer. We nodigen jullie uit, naar die verre stad (!) Hattem af te reizen en met ons
een paar dagen daarop te studeren.

Marco en Joep

MAANDAG 9 NOVEMBER
Vanaf 12.00 u. Binnenkomen en lunch
13.00 u. – 15.00 u. ‘De Bijbel begint bij Abraham?’ Inleiding op Genesis, met speciale aandacht voor de plaats van de ‘Oergeschiedenis’ aan het begin van Tenach
pauze
15.30 u. – 17.30 u. Genesis 1:1-2:3, de zeven scheppingsdagen
eten
19.30 u. – 21.00.u. Genesis 2:4-25, mens en dier, man en vrouw

DINSDAG 10 NOVEMBER
09.00 u. – 10.30 u. Genesis 3, de boom en de slang
pauze
11.00 u. – 12.30 u. Genesis 4:1-16, Kaïn en Abel en broederschap
lunch
14.30 u. – 16.00 u. Antropologie: gesprek over Genesis 2-4 en de verschillende manieren om deze teksten te lezen
korte pauze
16.15 u. – 17.30 u. Genesis 6:5-22
eten
19.15 u. – 20.15 u. De vloed in vogelvlucht

WOENSDAG 11 NOVEMBER
09.00 u. – 10.30 u. Genesis 11:1-9, de torenbouw
pauze
11.00 u. – 12.00 u. Samenvatting: wat hebben we geleerd en hoe gaan we erover preken?
korte pauze
12.15 u. – 13.00 u. Evaluatie, afspraken voor de toekomst
13.00 u. Lunch, schoonmaken tot uiterlijk 15.00 u.

Scroll naar boven