1 Tessalonicenzen 4,9-12

Inleiding

In deze brief kijkt Paulus tevreden terug op zijn verblijf in Tessalonica. De gemeente doet het goed, ondanks tegenwerking van de Joden, die ʻons beletten het goede nieuws aan andere volkeren bekend te maken’. Vanaf hoofdstuk 4 volgen enige kritische aansporingen: geen ontucht, meer liefde en ijver, laat je troosten door de opstanding der doden, blijf waakzaam, schep orde in je leven en bemoedig en steun de zwakken met alle geduld en liefde.

Vertaling

9
Over de onderlinge liefde1 hoeven wij2 jullie niets te schrijven;
want jullie zijn zelf door God onderwezen
om elkaar lief te hebben.

10
Want jullie doen dit ook al met alle broeders3 in geheel Macedonië.
Wij roepen u echter op, broeders,
om dit nog veel meer te doen,

11
en er ernstig naar te streven4
om rustig te blijven5
en uw eigen zaken te regelen
en met uw [eigen] handen te werken
zoals wij u hebben opgedragen.

12
opdat u een eerzaam leven zult leiden6 in de ogen van buitenstaanders,
en van niemand afhankelijk bent.

Exegetische kanttekeningen

AI commentaar: De relatie tussen de apostel Paulus en de Stoa (het stoïcisme) is een belangrijk onderwerp binnen de theologie en geschiedschrijving. Hoewel Paulus een Joodse achtergrond had en een vroege christelijke leider was, vertonen zijn brieven en toespraken in het Nieuwe Testament opvallende parallellen met de Grieks-Romeinse stoïcijnse filosofie. Dit komt grotendeels doordat hij opgroeide in Tarsus, een bekende universiteitsstad en een belangrijk centrum voor stoïcijnse geleerden. Hieronder staat een overzicht van de belangrijkste raakvlakken, verschillen en historische ontmoetingen tussen Paulus en de Stoa.

Directe confrontatie: Paulus op de Areopagus

In het Bijbelboek Handelingen van de Apostelen (hoofdstuk 17) reist Paulus naar Athene. Daar debatteert hij op de Areopagus rechtstreeks met stoïcijnse en epicureïsche filosofen. In zijn beroemde toespraak gebruikt hij retorica die aansluit bij hun belevingswereld: – Hij citeert Griekse dichters (zoals Aratus, die stoïcijnse invloeden had) met de woorden: “Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij” en “Inzoverre wij van Zijn geslacht zijn”. – Hij sluit aan bij het stoïcijnse idee van een universele God die niet in handgemaakte tempels woont.

Overeenkomsten in concepten en taalgebruik

Paulus gebruikt in zijn brieven (zoals aan de Romeinen en Filippenzen) termen en concepten die rechtstreeks uit de stoïcijnse ethiek lijken te komen: – Autarkie (Zelfredzaamheid / Tevredenheid): De Stoa predikte dat een mens onafhankelijk moet zijn van externe omstandigheden. Paulus schrijft in Filippenzen 4:11: “Ik heb geleerd tevreden te zijn met de omstandigheden waarin ik verkeer.” – Deugd en Plicht: Net als de stoïcijnen legt Paulus de nadruk op zelfbeheersing, morele plicht en het beheersen van destructieve emoties. – Kosmopolitisme: Stoïcijnen zagen alle mensen als burgers van dezelfde wereld (de kosmos). Paulus trekt dit door naar het christendom: “Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen… u bent allen één” (Galaten 3:28). – De vergelijking van het lichaam: De metafoor van de samenleving of de kerk als één lichaam met verschillende ledematen die elkaar nodig hebben (1 Korintiërs 12) werd destijds ook veelvuldig door stoïcijnse filosofen zoals Seneca gebruikt.

Fundamentele verschillen

Ondanks de taalkundige en ethische overeenkomsten, verschilden hun kernovertuigingen radicaal:
Onderwerp De Stoa (Stoïcisme) Paulus (Christendom)
Godsbeeld Pantheïstisch: God en de natuur/kosmos zijn één. God is een onpersoonlijke rede (Logos) die alles stuurt. Monotheïstisch: God is een persoonlijke Schepper die boven de schepping staat en actief relaties aangaat met mensen.
Redding Zelfredzaamheid: De mens redt zichzelf door de rede te gebruiken, deugdelijk te leven en emoties te beheersen. Genade: De mens is zondaar en kan zichzelf niet redden. Redding komt uitsluitend door het geloof in Jezus Christus.
Het hiernamaals Cyclisch/Vergankelijk: De ziel lost na de dood uiteindelijk weer op in het wereldvuur. Wederopstanding: Een fysieke en spirituele opstanding uit de dood en een eeuwig leven met God.
Lijden Onbewogenheid (Apatheia): Lijden moet je emotioneel koud laten, omdat je er geen controle over hebt. Betekenisvol: Lijden heeft een doel (het vormt het karakter en geloof), maar verdriet en compassie tonen mag juist wel.

De apocriefe correspondentie

De gelijkenissen tussen Paulus en de beroemde Romeinse stoïcijn Seneca waren zo opvallend, dat er in de 4e eeuw na Christus zelfs een reeks vervalste brieven (de Correspondentie tussen Paulus en Seneca) opdook. Men wilde hiermee bewijzen dat de twee elkaar kenden en beïnvloedden. Historici hebben al lang vastgesteld dat deze brieven apocrief (niet echt) zijn, maar het toont aan hoe sterk de link tussen beide denkwijzen destijds al werd gevoeld.

Noten

Scroll naar boven